Archive for September, 2010

Tip 5 – Salta en omgeving: deel 2

Wednesday, September 22nd, 2010

Niet alleen de noordelijke omgeving, maar ook de omgeving ten zuiden van Salta is beslist een aanrader om een rondtrip door te maken. Vanuit Salta zijn er 2 twee prachtige routes die je kan volgen tot aan de wijnstad Cafayate.

De eerste route brengt je langsheen vreemde gevormde canyons met de meest uiteenlopende kleuren van grijsgroen tot oranjerood. Onderweg kom je haast geen levende ziel tegen alleen rotsformaties die meer dan tot de verbeelding spreken. Je bevindt je nu in het dal van de Rio de las Conchas. Bekendste en mooiste rotsformaties van de streek zijn de ‘Garganta del Diabolo‘ (keel van de duivel), ‘El Anfiteatro’ (het amfitheater), ‘El fraile’ (de monnik), ‘El obelisco’ (de obelisk) en ‘Los Castillos’ (de kastelen). Deze bevinden zich allen op minder dan 80km van Cafayate. Als je bijna de beroemde Argentijnse wijnstad binnenrijdt, kan je na al de ruige gesteenten je nog te goed doen aan de schitterende parelwitte duinen die ongeveer 10 km buiten de stad gelegen zijn.

In tegenstelling tot de eerste beschreven route, die over een mooie geasfalteerde weg loopt, leidt de tweede optie je over een kronkelende grind- en zandweg richting zijn einddoel. Het leuke aan deze route is dat je buiten de talrijke majestueuze natuurfenomenen ook enkele dorpjes passeert die aangenaam zijn om eens de beentjes te strekken.

Het eerste deel van de trip leidt je naar het vredige dorpje Cachi. Onderweg doorkruis je het nationale park Los Cardones, waar werkelijk duizenden cardon cactussen groeien. De hoogste worden wel tot 8 m hoog. Vooraleer je het nationale park aansnijdt heb je er al een mooie tocht langsheen een adembenemende, kleurrijke vallei opzitten. De kilometerslange slingerende weg eindigt op de top van de 3700m hoge Cuesta del Obispo (de helling van de bisschop). Het uitzicht hiervandaan is echt schitterend!

Cachi is een heel klein dorpje gelegen in de schaduw van de imposante berg Nevado de Cachi, die maar liefst 6380m hoog is. Het leven van alledag speelt zich af op het groot centraal plein, Plaza 9 de Julio. Rondom het plein zie je de typische adobe huisjes waar je bij sommige terecht kan voor een verfrissend drankje of heerlijke maaltijd.

Het vervolg van de trip brengt je via het heel knappe koloniale dorpje Molinos naar de eindbestemming Cafayate. Natuurlijk krijg je onderweg nog heel wat moois gepresenteerd. Na het verlaten van het dorpje trek je door de Cerros Colorados. Kenmerkend voor deze omgeving zijn de rode gevomde rotspartijen. Langzamerhand gaat het landschap over naar wat de Quebrada de las Flechas wordt genoemd. Het zandstenengebergte is door eeuwenlange erosie van hevige wind en regenval zo gesplitst, dat het lijkt dat je door een landschap van zandpijlen en gerimpelde bergen rijdt. Bij ondergaande zon krijgt dit gebergte nog extra pigment door de toevoeging van een warme rode gloed. Dit gebied is enig mooi.

Vooraleer je aan de terugweg naar Salta begint langs de andere route kan je gerust een paar dagen verblijven in Cafayate. In de onmiddellijke nabijheid van de stad kan je in meerdere wijnhuizen kennismaken met de excellente wijnen die de streek produceert. In tegenstelling tot hetgeen in de meeste reisgidsen wordt beweerd zijn de rode wijnen minstens evengoed van kwaliteit dan de witte wijnen. Hou je dus zeker niet in om beide te degusteren!

Tip 4 – Salta en omgeving: deel 1

Saturday, September 18th, 2010

In het noordwesten van Argentinië ligt de terecht veel bezochte koloniale provinciehoofdstad Salta. Deze stad wordt niet voor niets door de Argentijnen ‘Salta la Linda’ (het mooie Salta) genoemd.  Ondanks de 400.000-tal inwoners is het een heel gemoedelijke en aangename stad om te vertoeven. Door zijn soms warme, tropische temperaturen is de stad soms één groot terras. Vooral op het centrale plein ‘Plaza 9 de Julio’ kan je gemakkelijk met een drankje of ijsje in de hand een namiddagje mensen spotten.

Wie zich enkel in Salta laat leiden door zijn reisgids durft al eens bedrogen uit te komen. In alle voorhanden gidsen staan er een aantal bezienswaardigheden, hotels of restaurants die al een aantal jaren tot het verleden behoren. Loop dus niet blindelings het vooraf beschreven pad af, maar vraag bij tijd en stond ook eens raad aan de plaatselijke bevolking. Dit kan je heel wat meters en zoekwerk besparen. Een tip uit de reisgids die je wel mag volgen is het zeer goede restaurant ‘El Solar de Convento’ met lekkere gerechten tegen budget vriendelijke prijzen. Een echte aanrader!

Salta vormt meteen ook de perfecte uitvalsstek om de prachtige omgeving te gaan verkennen. Voor een optimale beleving van de streek te ervaren kan je best in de stad voor enkele dagen in auto huren. Aangeboden excursies stoppen lang niet op alle mooie plekjes die er waar te nemen vallen.

De route ten noordwesten van de stad leidt je op één dag naar het einde van de wereld. Onderweg kom je talloze schitterenderotsformaties en bergen tegen, steeds in een andere gedaante. Je kan maar een ding doen: genieten! Het eerste dorpje dat je tijdens de trip tegenkomt is Tilcara. Hier kan je gemakkelijk een aantal uurtjes de beentjes strekken. Op het gezellige middenplein staan er marktkraampjes met allerlei artisanale (niet allemaal!) producten. Aan de rand van het dorp kan je een plantentuin bezichtigen als ook een archeologische site van waarop je heel mooi panoramisch beeld hebt over de streek. Het volgende dorp Humahuaca kan je gerust overlaten aan de ‘busjestoeristen’. Wie echt einde van de wereldgevoel wil beleven rijdt best onmiddellijk door naar Iruya. Dit dorpje ligt echt volledig in the middle of nowhere. Hou er wel rekening mee dat het weer soms een spelbreker kan zijn, waardoor je Iruya onmogelijk kan bereiken.

Op de terugweg richting Salta ligt Purmaraca. Purmaraca is een gezellig klein dorpje waar je in het noorden ‘de berg met de zeven kleuren kan zien’. Als je een beetje moeite doet kan je na tien minuten wandelen in de richting van de berg een plekje ontdekken waar buiten het oog van andere toeristen volop van dit fenomeen kan genieten.

Het vervolg van de route loopt over slingerende wegen naar bergpas boven de 4100m. Eens hier voorbij passeer je de Salinas Grande. Je rijdt er werkelijk middendoor. Echt prachtig! Het verste punt van de trip doorheen de Altiplano is Tolar Grande. Dit is nog zo’n plek waarbij je het einde van de wereldgevoel zo kunt opwekken.

Vanaf de Salinas grande kan je de grindweg nemen naar San Antonio de los Cobres, een verlaten woestijndorp waar eigenlijk niets te beleven valt. Het is de route die het zo speciaal maakt. Je maakt ook een tussenstop in San Antonio met ‘El Tren a las Nubes’ (de trein naar de wolken). Vanuit Salta kan je een volledige dagtrip met deze trein op grote hoogte ondernemen, die doorheen het Altiplano landschap schrijdt. Wanneer je hiervan wil genieten dien je er wel rekening mee te houden dat hij enkel van april tot half november rijdt en ook niet iedere dag. Reserveer dus tijdig!

In het tweede deel wordt de al even mooie regio ten zuiden van Salta onder de loep genomen.

Tip 3 – Patagonië

Thursday, September 16th, 2010

Aan de oostkant van het Andesgebergte onder het Merengebied strekt zich de Patagonische pampa of steppe uit tot aan de Atlantische Oceaan. Een ongelooflijk fascinerend gebied met een eindeloze horizon en kaarsrechte wegen. De meeste bekende weg doorheen Patagonië is de ‘Ruta 40‘. Vanuit het noorden van het land tot helemaal aan het onderste puntje doorklieft deze legendarische autoweg de duizelingwekkend mooie landschappen.

Wie een trip naar Patagonië plant houdt best rekening met de wisselende weersomstandigheden. In de winter kan het op de vlakten barkou zijn en in de zomer is de regio berucht om zijn stormen. Het Andesgebergte in Patagonië is dan weer befaamd om zijn wispelturig karakter. Op een doorsnee dag kan je er zonder probleem te beurt vallen aan de vier seizoenen. Absolute spelbreker tijdens iedere tocht in de natuur is zonder meer de wind. Een deftige windstopper mag dus zeker niet in je bagage ontbreken. Rekening houdend met de bovenstaande feiten kan men best Patagonië exploreren in de periode van oktober tot en maart.

Het weer kan dan af en toe nefast zijn voor het reisgenot, de overweldigend mooie natuur maakt dit eensklaps ongedaan. Voor actieve reizigers en natuurliefhebbers is Patagonië de ideale regio om in Argentinië aan zijn trekken te komen. Nog meer dan ergens anders in het land word je overdonderd door het prachtig natuurgeweld.

Natuurliefhebbers kunnen tijdens hun tochten doorheen het Patagonische landschap opgeschrikt worden door ondermeer de Austral-parkiet, de bonte Tricahue-papegaai, de Picaflor austral, de Patagonische specht en de Bandurria (een geelbruine ibis). In de bosachtige gebieden kan je met een beetje geluk de zeldzame pudu, een kniehoog dwerghert, of huemel, beter bekend als het zeldzame andeshert spotten. Op de pampa’s tref je zonder enige twijfel de mara of Patagonische haas aan. Dit is een zeer grappig dier met de voorpoten van een hond, het achterlichaam van een haas, de kop van een paard en oren van een ezel. Nog een opvallende verschijning op de steppes is de nandoe of de Zuid-Amerikaanse struisvogel. Verder leven op de vlaktes nog ondermeer de Patagonische en Vuurlandse vos en poema. Het Andesgebergte wordt grotendeels bevolkt door guanaco’s, poema’s en vossen. In het luchtruim van de Andes heerst de condor. Met een maximale spanwijdte van 3m kunnen condors urenlang zweven op de thermiek zonder een enkele vleugelslag. De condor is nog vrij veel te bewonderen in de zuidelijke Andes, waar de laatste jaren een toename van het aantal vogels is geconstateerd.

Voor hikers kan Patagonië zeker en vast worden bestempeld als topbestemming. De Nationale Parken Los Glaciares en Torres del Paine (Chili) zijn niet alleen de meest gefrequenteerde, maar ook de prachtigste om een trekking in te ondernemen. In het NP Los Glaciares loopt men door een van de spectaculairste berglandschappen van Patagonië. Dit enorme gebied langs de grens met Chili bestaat voor de helft uit ijskappen en gletsjers die afbrokkelen in de grote meren Lago Argentino en Lago Viedma. In het noorden van Los Glaciares ligt El Chaltén, de uitvalbasis om je trekking door het nationaal park aan te vangen. Zowel dagwandelingen als meerdaagse trekkings kunnen hier moeiteloos worden uitgestippeld. De trekpleisters van het park zijn de bergen Fitz-Roy en de Cerro Torre, waarvan de monte Fitz-Roy met zijn 3405m hoog boven andere bergen uittorent.

Een niet te missen excursie in het NP Los Glaciares is die naar de bekendste gletsjer Perito Moreno. Minder bezocht, doch niet minder mooi is de grootste gletsjer Upsala. Deze gletsjer kent een lengte van 50m en breedte van 10km.

Het NP Torres del Paine is genoemd naar de drie markante graniettorens, de ‘Torres’, die steil uit de steppe omhoogrijzen. In het hele gebied zijn maar liefst 250km aan wandelpaden aangelegd. De paden geven je uitgebreid de kans om kennis te maken met de unieke Patagonische landschappen. Tijdens je tochten doorkruis je loofbossen, de pampa’s, beklim je het hooggebergte en passeer je langs ijskappen en meren. Een echte aanrader dus! De meest gelopen route in NP Torres del Paine is de “W”. Je kan voor deze route het best 5-dagen uittrekken. Jammer genoeg stijgen ieder jaar de bezoekers aantallen zienderogen, waardoor de ultieme wildernis ervaring van weleer een beetje achterwege is gelaten. Als oplossing overweegt men om er nog meer wandelpaden aan te leggen, als ook in het aanpalende wildernisgebied Bernardo O’Higgings. Indien je de ultieme ervaring in het NP wil beleven en ook over minder bevolkte paden wil wandelen, kan je het complete circuit in overweging nemen. De volledige tocht, inclusief extra zijpaden, brengt je in tien dagen rondom het NP.

Tip 2 – Het Noordelijk Merengebied

Tuesday, September 14th, 2010

Vanuit het zuidelijkste stadje van het Noordelijk Merengebied Villa la Angostura naar San Martin de los Andes loopt een van de mooiste routes van het hele Merengebied ‘La Ruta de los Siete Lagos. De route slingert je over een traject van 110km langs bergen, bossen, watervallen en enig mooie meren. Dit gebied biedt zowel de ervaren hiker als de dagtripper heel veel mogelijkheden om de stappers aan te rijgen. Een prachtige wandeling in de nabijheid van het Lago Falkner leidt je naar de top van Cerro Falkner. Na vier uur stevig doorwandelen ontluikt zich van op de top een adembenemend panoramisch zicht op de vulkanen Lanin en Villarrica.

Vulkaan Lanin

De steden in het Noordelijk Merengebied hebben op zich niet zoveel te bieden. Als toerist verblijf je hier enkel omdat ze een ideale uitvalbasis vormen om de natuur te gaan exploreren. Natuurlijk heeft de toeristische sector dat ook zo begrepen. Voor de sportievelingen is er een ruim aanbod aan outdoor activiteiten. In de buurt van San Martin de Los Andes is er zelfs een heus adventure park opgericht.

Naast raften, vissen en skiën in de wintermaanden is hiken de populairste en meest aangewezen sport in deze omgeving. In San Martin vind je het gemakkelijkst de nodige informatie om de omgeving van het Noordelijk Merengebied te verkennen. Ze hebben er zowel kaarten van de rondom gelegen routes, als ook van de veel noordelijker gelegen routes in het Nationaal Park Lanin.

Het ijkpunt van het Nationaal Park Lanin is de vulkaan Lanin. Met zijn 3776m hoog torent hij hoog boven het park uit. Bij de grensovergang met Chili aan de Paso Mamuil Malal verkrijg je een uniek beeld van deze immense kolos in de Andes. Aangezien deze vulkaan zonder specifieke klimuitrusting kan worden beklommen, staat hij jaarlijks bij menig bergwandelaar op het actief. Een goede basisconditie is een minimum vereiste om aan de tocht te beginnen. Met een hoogteverschil van 2570m van aan de voet tot aan de top is onderschatting niet aangewezen.

Lago Huechulafquen

Voor wie het iets rustiger wil aanpakken zijn er in het Nationale Park Lanin genoeg alternatieven. Je kan bijvoorbeeld een heel mooie tocht maken langsheen het Lago Huechulafquen naar de waterval ‘El Saltillo’. Even verderop bij Puerto Canao kom je aan in een vissersparadijs. Hier zwemmen immers de grootste forellen ter wereld. De perfecte uitvalbasis om het gebied te verkennen is Junin de los Andes, zo’n 60-tal kilometer noordelijker gelegen dan San Martin de los Andes.

Helemaal in het noorden van het Noordelijk Merengebied ligt het sympathiek dorpje Caviahue. Dit dorpje wordt omringd door de grappigste bomen van het land, de araucariaboom. Vanuit dit dorpje kan je heel mooie dagwandelingen maken naar de talrijke watervallen in de buurt. Niet ver hiervandaan zijn ook de geneeskrachtige warmwaterbronnen van Copahue gelegen.

Het Merengebied heeft vanzelfsprekend nog meer verborgen plekjes die meer dan de moeite waard zijn om te verkennen. Het is aan u om deze te ontdekken!

Tip 1 – Het Zuidelijk Merengebied

Monday, September 13th, 2010

Het Merengebied geldt zonder meer tot één van de mooiste streken van Argentinië. Vreemd genoeg wordt deze regio, buiten een vluchtig bezoek aan het wandel- en skiparadijs bij uitstek San Carlos de Bariloche, door de meeste toeristen overgeslagen tijdens hun rondreis door dit Zuid-Amerikaanse land.

De pracht en praal van het merengebied werd uitvoerig in de verf gezet in de film over van Ernesto Ché Guevarra in The Motorcycle Diaries. Voor wie na dit artikel nog overtuigd dient te worden om deze regio in zijn reisschema op te nemen is deze roadmovie dan ook een absolute must.

Aangezien ik deze regio als een absolute meerwaarde beschouw voor de actieve reiziger die een reis plant in Argentinië, wordt deze in twee delen beschreven. Het onderscheid wordt gemaakt in het Zuidelijk en het Noordelijk Merengebied.

Het Zuidelijk Merengebied wordt in het zuiden begrensd door het onherbergzame Patagonië, ten westen aan de andere kant van de Andes met Chili en in het oosten met de Pampa’s van het binnenland.

San Carlos de Bariloche, de belangrijkste en bekendste stad in het Merengebied, wordt ook wel ‘Klein Zwitserland’ genoemd, vanwege zijn typiche Zwitserse uitstraling. Zowel in de zomer als in de winter is het er een aangename plaats om enkele dagen te vertoeven. In de winter kunnen de ski- en snowboarders naar hartelust de talloze pistes afglijden. Voor de Argentijnen geldt Bariloche dan ook als de hotspot voor het doorbrengen van hun wintervakantie.

Door de nabijheid van het oudste Nationale Park van Argentinië ‘Nahuel Huapi, vormt de omgeving rond Bariloche in de zomer een uitgelezen plek om een meerdaagse trekking te ondernemen. Het park heeft een tiental meren, waarvan Lago Nahuel Huapi het grootste is. De totale lengte is bijna 96 km. Bovendien telt het park meer dan acht pieken boven de 2000m, waarvan de Cerro Tronador met zijn 3478m de hoogste is. Op ongeveer 500m van de top van de Cerro Tronador kan je momenteel nog acht gletsjers bewonderen. Jammer genoeg brokkelen deze in ijltempo af en zullen ze dus binnen afzienbare tijd tot het verleden behoren.

Natuurlijk heeft het Zuidelijk Merengebied veel meer te bieden dan alleen Bariloche. Ten zuiden van deze stad liggen nog twee andere kleinere steden die zeker en vast een halte waard zijn. De eerste daarvan is El Bolson. Deze stad ligt langs de Rio Quemquentreu in een grote vallei omringd door bergen, niet ver van een prachtig turquoise blauw meer, Lago Puelo. Het gebied wordt gekenmerkt door talrijke watervallen, kabbelende beekjes en bossen, maar ook door zeer veel fruitbomen.

Als tweede halte kan Esquel tijdens je zuidelijke trip niet ontbreken. Esquel telt met het NP Los Alerces en de ‘Patagonië Express’ twee trekpleisters waarvoor de toeristen beslist minstens een tweetal dagen kunnen uittrekken. In het NP Los Alerces, genoemd naar de Alerceboom, kan je bomen zien die al meer dan 2000 jaar oud zijn. Naast deze bomen heeft dit park ook prachtige meren, beekjes, en rivieren.

De legendarische Patagonië Express, bouwjaar 1922, maalt van januari tot april nog steeds een keer per maand een deel van het traject tussen Esquel en Ing. Jacobacci. Tijdens de twee dagen durende rit heb je beslist de tijd om volop te verbroederen met je reisgezellen, te genieten van het idyllische landschap en de klassieker The Old Patagonian Express’ van Paul Theroux ter hand te nemen. Tijdens de zomermaanden is er ook een treinrit van slechts drie uur naar Nahuel Pan.